De belastingschijven 2027 zijn nog een voorstel. Volgens het Belastingplan 2027, ingediend op Prinsjesdag 15 september 2026, wordt het tarief in de eerste schijf 36,23% tot €39.247, in de tweede schijf 38,16% tot €78.426 en blijft het toptarief 49,50%. De arbeidskorting stijgt naar maximaal €5.929. Pas als de Eerste Kamer instemt, meestal in december, liggen de bedragen vast.
Belastingschijven 2027: het voorstel naast 2026
Deze pagina geeft de stand van 28 oktober 2026. We werken hem bij zodra de definitieve bedragen bekend zijn.
| 2026 | 2027 (voorstel) | |
|---|---|---|
| Schijf 1 | 35,75% tot €38.883 | 36,23% tot €39.247 |
| Schijf 2 | 37,56% tot €78.426 | 38,16% tot €78.426 |
| Schijf 3 | 49,50% | 49,50% |
| Algemene heffingskorting, maximaal | €3.115 | €3.154 |
| Afbouw algemene heffingskorting vanaf | €29.736 | €30.910 |
| Arbeidskorting, maximaal | €5.685 | €5.929 |
| Afbouw arbeidskorting vanaf | €45.592 | €47.834 |
| Ouderenkorting, maximaal | €2.067 | €1.993 |
De bedragen voor 2027 komen uit de fiscale sleuteltabel bij het Belastingplan. Voor AOW-gerechtigden zou het tarief in de eerste schijf 18,33% worden, tegen 17,85% nu. Het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting voor 2027 hebben we nog niet in een officiële bron gevonden; dat vullen we aan als het bekend is.
Waarom de tarieven omhooggaan
Het kabinet combineert de hogere tarieven met een hogere arbeidskorting en een beperkte inflatiecorrectie. In de eerste schijf gaat het tarief netto 0,48 procentpunt omhoog, in de tweede 0,60 procentpunt. Daarnaast is er een maatregel die minder opvalt, maar veel uitmaakt: de schijfgrenzen en kortingen groeien niet volledig mee met de inflatie.
Schijfgrenzen maar voor 48% geïndexeerd
Normaal stijgen de grenzen elk jaar met de tabelcorrectiefactor, een maat voor de inflatie. Voor 2027 en 2028 wordt maar 48% van die correctie toegepast. Daardoor schuift de grens van schijf 1 maar een klein stukje op, van €38.883 naar €39.247. De grens van het toptarief blijft zelfs helemaal staan op €78.426. Als je loon met de cao meestijgt, valt er dus een groter deel van je loon in een duurdere schijf.
Hogere arbeidskorting als compensatie
Werkenden krijgen een deel terug via de arbeidskorting. Volgens de fiscale sleuteltabel gaan de bedragen op de knikpunten van €996, €5.300 en €5.685 naar €1.182, €5.540 en €5.929. De afbouw begint later, bij €47.834, en loopt nog steeds met 6,51%. Wie werkt en een middeninkomen heeft, merkt daardoor minder van de hogere tarieven dan iemand met alleen een uitkering of pensioen. Voor die laatste groep daalt de ouderenkorting.
Rekenvoorbeeld: wat doen de nieuwe tarieven met €42.000?
Neem een jaarloon van €42.000, ongeveer €3.500 per maand. Alleen de schijven vergeleken, nog zonder kortingen:
| 2026 | 2027 (voorstel) | |
|---|---|---|
| Schijf 1 | €38.883 × 35,75% = €13.900,67 | €39.247 × 36,23% = €14.219,19 |
| Schijf 2 | €3.117 × 37,56% = €1.170,75 | €2.753 × 38,16% = €1.050,54 |
| Totaal vóór kortingen | €15.071,42 | €15.269,73 |
Bij een gelijk loon betaal je in 2027 dus zo'n €198 per jaar meer belasting vóór kortingen. Een hogere arbeidskorting en een iets hogere algemene heffingskorting maken een deel daarvan goed. Maar de meeste mensen krijgen in januari ook een cao-verhoging, en over dat extra loon betaal je de hogere tarieven. In 2026 houd je bij dit loon €2.906,16 netto per maand over; dat bedrag kun je zelf narekenen in de bruto-netto calculator. De calculator rekent nog met 2026 en krijgt de tarieven van 2027 zodra die vaststaan.
Zvw en andere wijzigingen op je loonstrook
Voor werknemers verandert ook iets wat je niet direct ziet. De werkgeversheffing Zvw zou volgens de verwachte bedragen uit de begroting 2027 (nog niet definitief) stijgen van 6,10% naar 6,27%, en het maximale loon waarover die geldt van €79.409 naar €82.547. Die heffing betaalt je werkgever, niet jij. Wie de bijdrage zelf betaalt, zoals gepensioneerden over hun pensioen, gaat van 4,85% naar 5,02%.
De onbelaste reiskostenvergoeding van €0,25 per kilometer geldt al: een besluit van de staatssecretaris van Financiën van 17 mei 2026 verhoogde haar van €0,23, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Het Belastingplan 2027 legt dat bedrag in de wet vast.
Wanneer weet je het zeker?
De Tweede Kamer behandelt het Belastingplan in het najaar, daarna stemt de Eerste Kamer, meestal vlak voor de kerst. Pas dan publiceert de Belastingdienst de loonbelastingtabellen voor 2027. Je ziet de nieuwe bedragen voor het eerst op je loonstrook van januari. Waarom dat bedrag vaak afwijkt van december, lees je in ons artikel over je nettoloon in januari.
Veelgestelde vragen
Wordt het toptarief in 2027 hoger?
Nee, het voorstel houdt het op 49,50%. Wel blijft de grens op €78.426 staan, waardoor meer loon in het toptarief kan vallen.
Ga ik er netto op achteruit?
Dat hangt af van je loonsverhoging en je inkomen. Het kabinet verwacht voor de mediane huishoudens een licht negatief koopkrachtbeeld; voor jou persoonlijk telt je eigen loonstrook.
Kunnen de bedragen nog veranderen?
Ja. Amendementen in de Tweede of Eerste Kamer kunnen tarieven en kortingen nog aanpassen. Daarom noemen we alles hier een voorstel.
Geldt dit ook voor mijn vakantiegeld in mei 2027?
Ja, vakantiegeld dat je in 2027 krijgt, wordt belast met de tarieven van 2027.
Tot de nieuwe tarieven vaststaan, rekent de calculator op loonr.nl met de definitieve bedragen van 2026. Zo zie je wat je nu netto krijgt en kun je de verschillen uit dit artikel daarbij optellen.
Stand: 28 oktober 2026. Bronnen: Rijksfinanciën, Belastingplan 2027; Fiscale sleuteltabel 2027; Belastingdienst, tarieven en schijven 2026; Belastingdienst, werkkostenregeling.